Werken in ‘de Diamant’ was helemaal niet zo geweldig als het nu soms lijkt. Afgezien van periodes van onbetaalde werkloosheid, waren er lichamelijke ongemakken. Griet MOEST leren voor versteller en brandde voortdurend haar vingers. Zij werd kantoorbediende en huwde een ambtenaar, die later februaristaker werd.

Mijn (oud)tante Griet is van alle Pintokinderen de oudste geworden. Of zij daar blij mee was, is een tweede. “Eigenlijk heb ik een rotleven gehad”, zei zij kort voor ze stierf.

Griet was de dochter van een schijvenschuurder. Die stonden onderaan in de pikorde van ‘De diamant’, nogal een gesloten vak. Omdat haar vader 30 jaar lang bestuurder was van de Schijvenschuurdersbond, waarvan zo’n 20 jaar als voorzitter, ‘mocht’ zijn dochter Griet leren voor versteller. Zij vond het vreselijk. Zij had het over moeten, niet mogen.

Zoals Griet het vertelde* is de versteller degene die naast de slijper zit en die moet zorgen dat steeds het juiste vlakje van de steen klaar staat om geslepen te worden. Je moest die steen in een dop met soldeer stoppen – “gesmolten lood” noemde Griet dat en inderdaad zat er ook lood in, tot de bond hier verandering in bracht. Dan boetseerde je het zo dat goede kant boven stond, en doopte je de dop gauw in koud water zodat de steen vast zat en de slijper goed kon doorwerken. Een versteller werd ingehuurd door de slijper; vaak ‘bediende’ één versteller verschillende slijpers.

In de weinige beschrijvingen van dat vak las ik nooit dat je daarbij de hele tijd je vingers brandde, iets waarover Griet vreselijk mopperde. Zij was heel blij toen zij van deze ‘eer’ verlost was. Hoe dat gebeurde is niet bekend, maar de slijper zal haar liever kwijt dan rijk geweest zijn.
Griet werd kantoorbediende en hoefde daarbij haar handen niet meer te branden; een stap omhoog op de sociale ladder.

Toen zij 32 was trouwde zij met Wouter Kruijt, een jaar ouder dan zij en ambtenaar bij het Gemeentelijke Energiebedrijf. Wouter schilderde (zeer symbolisch, wat niet goed viel bij de politieke kleur van de familie) en volgens een familieverhaal tekende Griet heel verdienstelijk. Hun enige zoon noemden zij Vincent, naar Van Gogh.

Net als de rest van de familie waren Griet en Wouter socialisten. Toen in 1941 de Februaristaking uitbrak, staakte Wouter vanzelfsprekend mee. Hier werd in de familie geen woord aan vuilgemaakt; alleen een achterneef wist het bij toeval. Buiten een strafkorting op zijn loon had het ook geen rampzalige gevolgen en er gebeurden in de oorlog veel ergere dingen. Afgezien van één andere gemengd gehuwde zus was Griet de enige van een grote familie die overleefde. Of zij na de oorlog nog heeft getekend, is niet bekend. Noch van haar, noch van Wouter is enig werk bewaard. Griet had een wat sardonische blik en schetste vooral scherpe cartoons van mensen die zij zag.

 

*Lees voor een objectiever beschrijving van de verschillende banen in de Diamant: Onderzoekingen naar de toestanden in de Nederlandsche huisindustrie …: Deel 2. Diamantbewerking. Directie van den Arbeid. Algemeene landsdrukkeriji, 1912.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *